ECLI:NL:RBAMS:2023:3252
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens onvoldoende evident verband woonproblematiek en gezondheid zoon
Verzoekster, een alleenstaande vrouw die samenwoont met haar ex-partner in diens koopwoning vanwege woningnood, heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Deze aanvraag werd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam afgewezen omdat een co-ouderschapssituatie geen urgent huisvestingsprobleem oplevert en er geen evident verband is tussen de medische problematiek van haar zoon en de huidige woonsituatie.
Verzoekster stelde dat de woonsituatie spanningen veroorzaakt en dat medisch bewijs een stabiele thuissituatie voor haar zoon vereist. De voorzieningenrechter erkent de moeilijke situatie en het huisvestingsprobleem, maar stelt vast dat de woningnood in Amsterdam strenge criteria vereist voor urgentie en dat het verband tussen de woonomstandigheden en de gezondheid van de zoon onvoldoende is aangetoond.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de situatie voorlopig wordt beoordeeld en dat in de toekomst mogelijk wel een verband kan worden aangetoond. Daarom wordt verweerder geadviseerd om een GGD-arts onderzoek te laten doen. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat de omstandigheden nog niet schrijnend genoeg zijn. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende evident verband tussen woonproblematiek en medische situatie zoon.