ECLI:NL:RVS:2013:335
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens onvoldoende gemotiveerd bezwaarbesluit
De raad voor rechtsbijstand trok bij besluit van 12 november 2007 een aan wederpartij verleende toevoeging voor rechtsbijstand in. Na diverse besluiten en uitspraken van de rechtbank, waarin het bezwaar van wederpartij tegen de intrekking werd behandeld, stelde de rechtbank op 8 augustus 2012 het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van 20 april 2010 tot intrekking van de toevoeging wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De rechtbank vond dat de raad onvoldoende had gemotiveerd of zwaarwegende omstandigheden bestonden die intrekking met terugwerkende kracht konden verhinderen, zoals oninbaarheid van de vordering door conservatoir derdenbeslag of incassoprocedures.
De raad stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de vordering oninbaar was, omdat de geldsom daadwerkelijk was ontvangen en gebruikt voor aflossing van schulden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank dit niet had onderkend en dat de raad terecht had geoordeeld dat geen zwaarwegende omstandigheden bestonden. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartij ongegrond.
Daarnaast vernietigde de Afdeling het besluit van 27 augustus 2012 van de raad, omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 juli 2013.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de toevoeging wordt bevestigd; het bezwaarbesluit van 27 augustus 2012 wordt vernietigd.