ECLI:NL:RVS:2018:3123
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing kinderopvangtoeslag wegens toeslagpartnerschap en termijnoverschrijding
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van appellante over 2015 vastgesteld op nihil en over 2016 op €825,00. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar over 2015 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank bevestigde dit en verklaarde ook het beroep ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en dat haar echtgenoot ten onrechte als toeslagpartner werd aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat de termijn voor bezwaar tegen het besluit van 18 oktober 2016 was verstreken en dat geen verschoonbare omstandigheden waren gebleken. Het feit dat de Belastingdienst ambtshalve het voorschot had kunnen herzien deed hieraan niet af.
Voor 2016 stelde de Afdeling vast dat het criterium van duurzaam gescheiden leven niet meer van toepassing was sinds 2013. Omdat het verzoek tot echtscheiding pas op 21 oktober 2016 was ingediend en de echtgenoot tot die datum als partner gold, was het standpunt van de Belastingdienst correct. Appellante had vanaf 1 november 2016 recht op toeslag. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.