ECLI:NL:RVS:2017:2017
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet voldoen partner aan arbeidsvereiste
Appellante maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag over 2012, maar de Belastingdienst stelde vast dat haar partner, hoewel ingeschreven op hetzelfde adres, geen arbeid verrichtte omdat hij deelnam aan een penitentiair programma. De kinderopvangtoeslag werd definitief vastgesteld en teveel betaalde voorschotten werden teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het penitentiair programma niet valt onder de arbeidsdefinities van artikel 1.6 van de Wkkp. Appellante voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat bijzondere omstandigheden zoals haar lage inkomen en de noodzaak van kinderopvang niet waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de partner geen arbeid verrichtte in de zin van de wet, dat het penitentiair programma niet gelijkgesteld kan worden aan arbeid, en dat de Belastingdienst niet verplicht was af te zien van terugvordering. Ook was het besluit zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.