ECLI:NL:RVS:2018:3026
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade wegens onvoldoende motivering normale maatschappelijke risico
Appellante, eigenaar van een bedrijventerrein te Hank, verzocht om tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Werkendam, dat de gebruiksmogelijkheden en bebouwingsoppervlakte van haar onroerende zaak beperkte. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende later een tegemoetkoming toe met een drempel van twee procent van de waarde van de onroerende zaak als normaal maatschappelijk risico.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde in hoger beroep vast dat het college onvoldoende had onderzocht of de planologische wijziging in de lijn der verwachtingen lag. Hierdoor was de motivering voor het toepassen van de drempel onvoldoende.
De Afdeling oordeelde dat het college wel aannemelijk had gemaakt dat de beperking van bebouwingsmogelijkheden een normale maatschappelijke ontwikkeling was die in de lijn der verwachtingen lag, mede vanwege de Beleidslijn Ruimte voor de Rivier en de Beleidsregels grote rivieren. Dit rechtvaardigde dat een deel van de schade onder het normale maatschappelijke risico viel.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het beroep van appellante toegewezen met vergoeding van proceskosten.