ECLI:NL:RVS:2018:3011
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens strijd met Awb
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 1 juni 2017 door de staatssecretaris werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 april 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de eerste grief van de vreemdeling niet tot vernietiging kon leiden, omdat deze geen vragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De tweede grief was echter wel gegrond, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling, waardoor het bestreden besluit in strijd was met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 1 juni 2017. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 september 2018.
Uitkomst: Het besluit van 1 juni 2017 tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.