ECLI:NL:RVS:2018:2940
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen beschermenswaardig gezinsleven bij afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris wees op 2 maart 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling, geboren in Guinee en dochter van een Nederlandse vader, wilde bij hem verblijven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beleidsregel uit de Vreemdelingencirculaire 2000, die vereist dat een biologische vader voldoende invulling geeft aan de relatie om van gezinsleven te spreken, in overeenstemming is met Europese richtlijnen en jurisprudentie. De staatssecretaris had terecht geoordeeld dat de vader onvoldoende contact en ondersteuning aan de vreemdeling had gegeven.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende objectief bewijs had geleverd van een beschermenswaardig gezinsleven en dat de belangen van de minderjarige vreemdeling bij de beoordeling waren betrokken. De klacht over het ontbreken van een hoorzitting werd verworpen omdat de staatssecretaris kon afzien van horen gezien de omstandigheden.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.