ECLI:NL:RVS:2018:2901
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving en dwangsombeschikking voor hellingbaan in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Staphorst legde appellant een last onder dwangsom op om een hellingbaan en ontsluiting op zijn perceel te wijzigen, omdat deze deels op grond met een agrarische bestemming waren gerealiseerd, wat in strijd was met het bestemmingsplan. Appellant voerde aan dat de aangelegde hellingbaan was toegestaan op grond van de bouwvergunning en dat het gebruiksovergangsrecht bescherming bood.
De rechtbank oordeelde dat de bouwtekening slechts een constructietekening betrof en dat de hellingbaan zoals aangelegd niet was vergund. Tevens was het gebruik op agrarische grond strijdig met het bestemmingsplan en bood het overgangsrecht geen bescherming omdat het gebruik al voorheen in strijd was. Het college was daarom bevoegd tot handhaving en dwangsombeschikking.
Appellant stelde dat er concreet zicht was op legalisering via herziening van het bestemmingsplan, maar dit was niet aannemelijk omdat geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag en geen verzoek tot herziening was ingediend ten tijde van het besluit. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het college nooit toezegde niet handhavend op te treden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en het hoger beroep bevestigde deze uitspraak. De invordering van de dwangsommen werd eveneens bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhavingsbesluiten worden bevestigd.