ECLI:NL:RVS:2018:2542
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.G. Lubberdink
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning bouw Bauhaus-bouwmarkt te Den Hoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland verleende op 23 februari 2016 een omgevingsvergunning aan Demp Projecten Den Hoorn B.V. voor de bouw van een Bauhaus-bouwmarkt met tuinmarkt en drive-in op het perceel Sionsdreef 2 te Den Hoorn. Deze vergunning past binnen het bestemmingsplan "Harnaschpolder Noord 2014". Diverse appellanten, waaronder exploitanten van concurrerende bouwmarkten en omwonenden, stelden beroep in tegen deze vergunning.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college van 13 juni 2017 voor zover daarin geen voorschrift was opgenomen dat werkzaamheden niet tijdens het broedseizoen mogen aanvangen. Dit voorschrift werd vervolgens door de rechtbank zelf toegevoegd. In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat de brandveiligheidseisen en de natuurbeschermingsregels onvoldoende waren getoetst.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brandveiligheidseisen uit de Regeling omgevingsrecht niet strekken tot bescherming van belangen van niet-buurbewoners en dat het perceel van appellant sub 1D niet als belendend gebouw kan worden aangemerkt. Ten aanzien van de Wet natuurbescherming concludeerde de Afdeling dat het rapport van Bureau Stadsnatuur onvoldoende inzicht gaf in de motivering, maar dat dit gebrek niet tot vernietiging leidt omdat de inhoudelijke conclusie niet in twijfel wordt getrokken. Het vergunningvoorschrift over het broedseizoen is redelijk en sluit aan bij het indicatieve broedseizoen in het ecologisch rapport.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellanten ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het incidenteel hoger beroep van het college werd eveneens ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten en het incidenteel hoger beroep van het college worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.