ECLI:NL:RVS:2020:1492
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing ondergrondse restafvalcontainer nabij woning in Zaandam
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft bij besluit van 8 oktober 2019 een plaatsingsplan vastgesteld voor een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) in de Tuinstraat, nabij nummer 9, in Zaandam. Appellante, woonachtig in de nabijheid van deze locatie, heeft hiertegen beroep ingesteld vanwege vrees voor overlast, onveilige verkeerssituaties en ongeschiktheid van de locatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beoordeeld of het college bij de locatiekeuze binnen zijn beleidsruimte redelijk heeft gehandeld. Hierbij is overwogen dat geluid, geurhinder en ongedierte inherent kunnen zijn aan ORAC's, maar dat deze onder normale omstandigheden niet tot afwijzing van een locatie hoeven te leiden. De bezwaren van appellante over stank, ongedierte en verkeersveiligheid zijn door het college gemotiveerd weerlegd.
Ook de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers en de geschiktheid van alternatieve locaties zijn onderzocht. Het college heeft toegelicht dat het plateau rondom de ORAC gelijk ligt met de straat en dat alternatieven zoals de Behouden Haven en nabij het speeltuintje niet geschikt zijn vanwege afstand, functie en veiligheid.
De Afdeling concludeert dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en geen onredelijkheid heeft vastgesteld in de locatiekeuze. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot plaatsing van de ondergrondse restafvalcontainer wordt ongegrond verklaard.