ECLI:NL:RVS:2020:2759
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen aanwijzing locatie ondergrondse restafvalcontainer in Vleuten
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 9 november 2018 een locatie aan de Vrijthof in Vleuten aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (orac). Appellant, wonend aan deze locatie, maakte bezwaar vanwege mogelijke aantasting van zijn woon- en leefklimaat, geluidsoverlast, privacyverlies en het uitzicht vanuit zijn woning, mede vanwege de bijzondere ligging van zijn woning en de gezondheidstoestand van een medebewoner.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit, met een nadere motivering. Het college stelde dat de plaatsing van oracs een normale maatschappelijke ontwikkeling is, waarbij de containers zo zijn ontworpen dat ze goed passen in het straatbeeld en geluidsoverlast beperkt blijft. Tevens wees het college op de afstand tussen de woning en de orac en de maatregelen tegen zwerfafval.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste het besluit aan de redelijkheid van het college bij de locatiekeuze. De Afdeling oordeelde dat de nadelen inherent aan het inzamelsysteem niet zonder meer aan aanwijzing in de weg staan en dat het college de bijzondere omstandigheden voldoende in de belangenafweging had betrokken. Ook achtte de Afdeling de door appellant voorgestelde alternatieve locaties niet geschikter, gelet op loopafstanden, verkeersveiligheid en groenvoorzieningen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de beleidsvrijheid van het college bij locatiekeuze voor oracs, mits een redelijke belangenafweging plaatsvindt.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanwijzing voor de ondergrondse restafvalcontainer wordt ongegrond verklaard.