ECLI:NL:RVS:2018:2152
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 juni 2014 de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van haar verblijfsvergunning af, trok de vergunning in en vaardigde een inreisverbod uit vanwege een gevangenisstraf van 18 maanden wegens overtreding van de Opiumwet.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het gedrag van de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormde, zoals vereist op grond van het arrest Z.Zh. en I.O. van het Hof van Justitie.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat deze motiveringsplicht niet van toepassing was, omdat de wetgever reeds een belangenafweging had gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat ook in deze situatie een individuele motivering vereist is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het arrest benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het opleggen van inreisverboden, ook wanneer deze gebaseerd zijn op strafrechtelijke veroordelingen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het inreisverbod wegens onvoldoende motivering door de staatssecretaris.