ECLI:NL:RBDHA:2019:11478
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod en terugkeerbesluit vreemdeling zonder vaste verblijfplaats
Eiser, een Servische vreemdeling, werd bij besluit van 7 december 2018 geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar. Dit volgde op zijn aanhouding als verdachte van een strafbaar feit en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Eiser stelde zich op het standpunt dat het inreisverbod onterecht was opgelegd en verwees naar jurisprudentie waarin motivering van een actuele bedreiging van de openbare orde vereist is.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen belang meer had bij inhoudelijke behandeling van het beroep tegen het terugkeerbesluit, omdat hij inmiddels naar Servië was teruggekeerd. Ten aanzien van het inreisverbod stelde de rechtbank vast dat dit was gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, gelet op het ontbreken van vaste verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat verweerder een motivering moest geven over een actuele bedreiging van de openbare orde, omdat dit voor het lichte inreisverbod niet vereist is.
De rechtbank concludeerde dat het inreisverbod terecht was opgelegd en verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter P.G. Wijtsma op 3 september 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard.