ECLI:NL:RVS:2018:2134
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit bestuursdwang tegen illegale berging op woonwagenstandplaats
Het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw heeft aan appellant een last onder bestuursdwang opgelegd om een zonder omgevingsvergunning gebouwde berging, tuinpaviljoen en aanbouw te verwijderen. Het bezwaar en het beroep van appellant tegen dit besluit werden door het college en de rechtbank ongegrond verklaard. Appellant stelde dat sprake was van bijzondere omstandigheden, waaronder toezeggingen van het college en het vertrouwensbeginsel, en dat handhaving onevenredig is vanwege de emotionele en sociale waarde van het gebouw.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was tot handhaving omdat de berging in strijd is met het bestemmingsplan en zonder vergunning is gebouwd. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat het college niet bereid is af te wijken van het bestemmingsplan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een bevoegd persoon en het college geen werkzaamheden aan het gebouw heeft verricht die een gerechtvaardigd vertrouwen zouden kunnen wekken.
Ook is de handhaving niet onevenredig, ondanks de emotionele waarde en sociale functie van de berging, omdat het college een algemeen belang dient bij handhaving en partijen zoeken naar een minnelijke oplossing. De Raad van State bevestigt daarom het bestreden vonnis en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestuursdwangbesluit wordt bevestigd.