ECLI:NL:RVS:2018:1784
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan vanwege onjuiste recreatiewoningbestemming en permanente bewoning
De raad van de gemeente Epe stelde op 14 september 2017 het bestemmingsplan 'Kernen Emst en Oene' vast, waarin onder meer de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' werd toegekend aan het perceel van appellante. Appellante voerde aan dat de woning feitelijk groter is dan toegestaan en dat het gebruik voor permanente bewoning ten onrechte niet als zodanig is bestemd, terwijl dit gebruik al sinds 1973 plaatsvindt en door eerdere bouwvergunningen impliciet is vrijgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de raad terecht de bebouwing beperkte tot de vergunde oppervlakte van 50 m², ondanks dat de woning feitelijk circa 70 m² bedraagt, omdat geen vergunning voor de aanbouw was verleend en de ligging in het achtererfgebied een toename van bebouwing onwenselijk maakt.
Ten aanzien van het gebruik voor permanente bewoning stelde de Afdeling vast dat dit gebruik sinds 1973 bestaat en dat de bouwvergunning van 1993 impliciet vrijstelling verleende voor dit strijdige gebruik. De raad had dit bestaand legaal gebruik moeten onderkennen en in beginsel als zodanig bestemmen. De raad had een ondeugdelijke belangenafweging gemaakt door permanente bewoning niet toe te staan en onvoldoende rekening gehouden met de specifieke ligging binnen de kern Emst.
De Afdeling concludeerde dat het bestemmingsplan voor zover het de recreatiewoning betreft in strijd is met de artikelen 3:4 en 3:46 van de Awb en vernietigde het besluit. De raad werd opgedragen binnen 16 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij onder meer een uitsterfregeling overwogen kan worden. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is vernietigd voor zover het de recreatiewoning betreft en de raad moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.