ECLI:NL:RVS:2018:1488
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering volledige tegemoetkoming vogelschade aan peren
Het Faunafonds kende een tegemoetkoming van €2.304 toe voor vogelschade aan peren in 2015, gebaseerd op 60% van de getaxeerde schade. De rechtbank Gelderland oordeelde dat het Faunafonds het bezwaar over het afbouwbeleid van tegemoetkomingen had moeten toetsen en verklaarde het bezwaar gegrond, waardoor het besluit van 14 juni 2016 werd vernietigd.
In hoger beroep stelde het college dat de rechtbank zich had moeten beperken tot de beoordeling van de tegemoetkoming over 2015 en dat het Faunafondsbeleid niet in strijd was met de Flora- en faunawet. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het Faunafonds onvoldoende had gemotiveerd dat preventieve maatregelen zoals overnetting effectief en bedrijfseconomisch verantwoord zijn, maar volgde het college in het oordeel dat 60% vergoeding van de schade redelijk is en niet leidt tot een onevenredige last.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de tegemoetkoming van 60% van de schade in 2015 gehandhaafd blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het Faunafondsbesluit wordt ongegrond verklaard, waarbij 60% van de schade als redelijke tegemoetkoming wordt bevestigd.