ECLI:NL:RVS:2018:1528
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming vogelschade peren door Faunafonds
Het college van gedeputeerde staten van Limburg ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland die het Faunafonds had veroordeeld tot het heroverwegen van een besluit over een tegemoetkoming voor vogelschade aan peren. Het Faunafonds had aan de wederpartij een tegemoetkoming van €1.312 toegekend, zijnde 60% van de getaxeerde schade van €2.186 in 2015.
De rechtbank oordeelde dat het Faunafonds het bezwaar over het afbouwbeleid van tegemoetkomingen ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en dat de afbouwregeling voor vogelschade aan zacht fruit niet redelijk was. De rechtbank vond dat het Faunafonds onvoldoende had onderbouwd dat preventieve maatregelen zoals overnetting bedrijfseconomisch verantwoord waren en achtte de beleidsregels onverbindend.
In hoger beroep stelde het college dat de rechtbank zich had moeten beperken tot de beoordeling van de tegemoetkoming voor 2015 en dat het beleid in overeenstemming was met artikel 84 van Pro de Flora- en faunawet (Ffw). De Afdeling bestuursrechtspraak volgde het college deels: het Faunafonds mocht de tegemoetkoming vaststellen op 60% van de schade. De Afdeling oordeelde dat het Faunafonds onvoldoende had gemotiveerd dat de preventieve maatregelen effectief waren, maar dat de schadevergoeding niet tot een onevenredig zware last voor de fruitteler leidt.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 juni 2016 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Faunafonds wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.