ECLI:NL:RVS:2018:1530
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing gedeeltelijke vergoeding vogelschade aan fruit door Faunafonds
Het Faunafonds kende [wederpartij] tegemoetkomingen toe voor schade aan appels en peren veroorzaakt door mezen, maar paste daarbij een afbouwregeling toe die de vergoeding in 2016 verlaagde naar 30% van de getaxeerde schade. [Wederpartij] maakte bezwaar tegen deze besluiten en kreeg deels gelijk van de rechtbank, die oordeelde dat het Faunafonds de afbouwregeling niet correct had toegepast en dat de regeling voor 2016 onverbindend was.
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland ging in hoger beroep tegen dit oordeel. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtbank ten onrechte de afbouwregeling voor 2017 had betrokken bij haar oordeel, maar bevestigde dat de vergoeding van 30% in 2016 tot een onevenredig zware last leidt. De Afdeling oordeelde verder dat het Faunafonds onvoldoende had gemotiveerd dat preventieve maatregelen zoals overnetting bedrijfseconomisch verantwoord zijn en dat de afbouwregeling daarom niet volledig toepasbaar is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de besluiten van 14 juni 2016 vernietigde, en verklaarde de beroepen tegen die besluiten ongegrond. De uitspraak van de rechtbank bleef voor het overige in stand. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is en werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij].
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beroepen tegen de besluiten van 14 juni 2016 worden ongegrond verklaard, met bevestiging van de overige uitspraak en een proceskostenveroordeling.