ECLI:NL:RVS:2018:137
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs van betaling
Appellant maakte in 2012 gebruik van kinderopvang via een gastouderbureau en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde bij besluit vast dat appellant niet had aangetoond alle kosten te hebben betaald en vorderde €18.067,- terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij bijna alle kosten had voldaan en dat een overschot uit 2011 gecompenseerd kon worden. Hij stelde ook dat een betaling in januari 2013 nog aan 2012 toegerekend kon worden. De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij alle kosten had betaald. Betalingen in 2011 en 2013 konden niet worden toegerekend aan 2012 en het zelf opgestelde overzicht was onvoldoende onderbouwing.
De Raad verwees naar relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie die stellen dat volledige betaling van kosten moet worden aangetoond en dat kleine afrondingsverschillen worden geaccepteerd, maar hier was sprake van een substantieel verschil. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag bevestigd.