ECLI:NL:RVS:2018:1110
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoegingsaanvraag rechtsbijstand wegens bedrijfsmatig rechtsbelang na faillissement
Appellante diende een aanvraag in voor een toevoeging van rechtsbijstand in verband met een geschil met de curator over pandrechten na haar faillissement. De raad wees de aanvraag af op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand, omdat het rechtsbelang betrekking had op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf.
Appellante betoogde dat het geschil haar persoonlijk raakte en niet bedrijfsmatig was, aangezien zij persoonlijk failliet was verklaard en de curator onrechtmatig had gehandeld, waardoor zij schade leed. De rechtbank volgde de raad en verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het rechtsbelang voortkomt uit het faillissement van haar eenmanszaak, een voormalig bedrijf, en dat het feit dat de aansprakelijkheid ook privé gevolgen heeft, daaraan niets verandert. Daarom is de afwijzing van de toevoegingsaanvraag terecht en faalt het hoger beroep.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoegingsaanvraag bevestigd.