ECLI:NL:RVS:2018:1068
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering
De vreemdeling had een asielaanvraag ingediend op grond van zijn bekering tot het christendom in Iran, waar hij vanwege zijn geloof vervolging vreesde. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het bekeringstraject. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de samenhang tussen de motieven voor en het proces van bekering. De staatssecretaris had volgens de vaste gedragslijn de geloofwaardigheid van beide aspecten afzonderlijk beoordeeld, maar ook de samenhang in acht genomen.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de bekering terecht niet geloofwaardig achtte, omdat de vreemdeling onvoldoende inzicht had gegeven in het bekeringstraject en de invloed van mogelijke gevaren in Iran. Ook de omstandigheden in Nederland, zoals kerkgang en emotionele rust, rechtvaardigden geen vergunningverlening.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de asielaanvraag wordt bevestigd.