ECLI:NL:RVS:2014:4731
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid bekering vreemdeling bij asielaanvraag en vernietiging eerdere uitspraak
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 30 juli 2014 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een eigen oordeel gaf over de geloofwaardigheid van de bekering van de vreemdeling, terwijl dit de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris is en slechts terughoudend door de rechter getoetst mag worden. De rechtbank had ook de verklaringen van het nader gehoor afzonderlijk beoordeeld, terwijl deze in onderlinge samenhang moeten worden bezien.
De vreemdeling stelde dat hij overtuigend zijn oprechte bekering tot het christendom had aangetoond, onder meer met een verklaring van een predikant. De Raad van State vond echter dat de verklaringen van de vreemdeling over het proces en de betekenis van zijn bekering vaag en algemeen waren, en dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de bekering niet geloofwaardig was.
Ook het argument van de vreemdeling dat hij zijn geloof wilde verspreiden werd verworpen omdat dit nauw samenhing met de ongeloofwaardige bekering. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.