ECLI:NL:RVS:2017:809
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke boete wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de wederpartij een bestuurlijke boete van €1.950,00 op wegens twee overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De rechtbank matigde deze boete tot €50,00 vanwege geringe onderbetaling en omstandigheden zoals taalachterstand en inschakeling van een administratiekantoor.
De minister ging in hoger beroep tegen deze matiging. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte matiging toepaste op grond van de taalachterstand en het uitbesteden van de loonadministratie, aangezien de werkgever verantwoordelijk blijft voor naleving van de wet. Ook een fout in het computersysteem ontslaat niet van deze verantwoordelijkheid.
De Afdeling stelde vast dat de onderbetaling gering was, wat matiging rechtvaardigt, maar matigde de boete slechts voor 50% tot €975,00. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover de boete op €50,00 was vastgesteld, en de boete werd door de Afdeling verhoogd. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vastgesteld op €975,00 met toepassing van matiging wegens geringe onderbetaling.