Uitspraak
Datum uitspraak: 27 januari 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De staatssecretaris legde aan het fileerbedrijf een boete van €228.000,- op wegens 21 overtredingen van artikel 18b, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd de boete gematigd tot €161.000,-. De werkgever stelde dat het om één overtreding ging en dat de boete disproportioneel hoog was.
De Raad van State overwoog dat de verplichting tot het verstrekken van gegevens per werknemer geldt en dat voor iedere werknemer een afzonderlijke boete kan worden opgelegd. Het beleid om voor iedere werknemer zonder correcte administratie een boete op te leggen is niet onredelijk. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat sprake is van meerdere overtredingen en dat de boete passend is.
De bedrijfsvoering waarbij urenlijsten werden weggegooid en kasboeken werden bijgehouden, maakte het onmogelijk om correcte gegevens te overleggen. De Raad van State vond dat de ernst van de overtredingen en de verwijtbaarheid geen aanleiding gaven tot matiging. Ook het betoog dat de boete onevenredig is vanwege de kleine omvang van het bedrijf en de persoonlijke situatie van een vennoot werd verworpen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €161.000,- voor meerdere overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.