ECLI:NL:RVS:2017:530
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.C. Kranenburg
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeteoplegging wegens overtredingen Arbeidstijdenwet
Bij besluit van 10 april 2015 legde de minister een bestuurlijke boete van €13.200,- op aan [wederpartij] wegens drie overtredingen van de Arbeidstijdenwet (Atw). De rechtbank Noord-Nederland vernietigde dit besluit en matigde de boete tot €1.500,-, stellende dat slechts één overtreding was begaan en dat de omstandigheden, zoals een recente verhuizing en het indienen van ontbrekende registratiebladen bij de zienswijze, matiging rechtvaardigden.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte slechts één overtreding aannam, terwijl de wet en beleidsregels duidelijk bepalen dat per dag een boete kan worden opgelegd. Ook stelde de Afdeling dat het na de inspectie alsnog overleggen van registratiebladen geen afbreuk doet aan de ernst van de overtreding en dat de financiële situatie van de onderneming niet voldoende was onderbouwd om matiging te rechtvaardigen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de minister gegrond. Het beroep van [wederpartij] werd ongegrond verklaard, waarmee de oorspronkelijke boeteoplegging van de minister in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard.