Uitspraak
201001397/1/H3heeft overwogen dat de minister in die zaak wegens overtreding van artikel 2.4:1, eerste lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer een boete mocht opleggen ten bedrage van zevenmaal het boetebedrag dat volgens de Beleidsregel bij overtreding van die bepaling wordt opgelegd. De minister voert ten slotte aan dat, indien voor het gedurende een periode van meerdere dagen niet naleven van artikel 4:3, eerste lid, van de Atw slechts eenmaal het boetebedrag van € 4.400,00 kan worden opgelegd, het voor werkgevers en zelfstandigen lucratief kan zijn om geen arbeids- en rusttijden te registreren, hetgeen de doelstellingen van de Atw in gevaar zou brengen.