ECLI:NL:RVS:2015:192
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens ondeugdelijke registratie arbeidstijden taxibedrijf
De minister legde aan appellant een boete van €11.250 op wegens vier overtredingen van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw), omdat de registratie van arbeidstijden ondeugdelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellant geen deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden had gevoerd, waardoor toezicht op naleving niet mogelijk was. Het betoog van appellant dat de overtreding slechts bestond uit onjuiste aantekeningen op controlemiddelen (artikel 2.4:4 Atbv) en dat de boete daarom gematigd had moeten worden, werd verworpen. De overtredingen kwalificeren als schending van artikel 4:3 Atw Pro.
Verder stelde appellant dat de boete het voortbestaan van zijn bedrijf ernstig zou bedreigen en daarmee in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. De Afdeling stelde echter vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de boete onevenredig was, mede gelet op het terughoudende beleid van de minister en het ontbreken van bewijs dat de boete tot staking van de bedrijfsactiviteiten zou leiden.
De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €11.250 wegens vier overtredingen van de Arbeidstijdenwet door ondeugdelijke registratie van arbeidstijden.