ECLI:NL:RVS:2017:451
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling samenhangende strafzaken en vergoeding rechtsbijstand in openlijke geweldpleging
De zaak betreft het hoger beroep van de Raad voor Rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de samenhang van drie strafzaken inzake openlijke geweldpleging betwistte. De raad had de vergoeding voor de verleende rechtsbijstand door [wederpartij A] ingetrokken en een samenhangende vergoeding vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij B] niet-ontvankelijk en oordeelde dat er geen sprake was van verknochtheid tussen de zaken, waardoor de samenhangende vergoeding onterecht was toegekend.
De Raad van State stelt dat de rechtbank een te strikte uitleg gaf aan het begrip 'verknochtheid' zoals bedoeld in artikel 21 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). Hoewel de rol van elke verdachte afzonderlijk moet worden beoordeeld, bestaat er inhoudelijk een nauwe samenhang omdat de zaken gelijktijdig zijn behandeld, betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex en de verdachten één partij vormden in de vechtpartij. Tegengestelde belangen waren niet aan de orde.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaart het beroep van [wederpartij A] ongegrond. Tevens wordt het besluit van 30 maart 2016 van de raad vernietigd omdat dit besluit is genomen ter uitvoering van de vernietigde uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van [wederpartij A] ongegrond.