ECLI:NL:RVS:2017:3478
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtreding last bedrijfsmatige activiteiten op perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Heusden legde aan appellant een last op om bedrijfsmatige activiteiten op zijn perceel te staken en alle bedrijfsmatige voorzieningen te verwijderen, met een dwangsom van €5.000 per maand bij niet-naleving. Na een controle op 12 mei 2015 constateerde het college dat appellant niet aan deze last had voldaan en legde het een dwangsom op.
Appellant voerde aan dat het controleverslag onzorgvuldig was en dat de last onduidelijk was, omdat niet duidelijk was welke voorzieningen als bedrijfsmatig moesten worden aangemerkt. Ook stelde hij dat hij aan de essentie van de last had voldaan door de activiteiten te staken en apparatuur buiten gebruik te stellen. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden echter dat het college terecht kon afgaan op het controleverslag, dat de last voldoende duidelijk was en dat het verwijderen van de voorzieningen een afzonderlijk onderdeel van de last vormde.
De Afdeling benadrukte dat het belang van invordering van de dwangsom zwaarwegend is en dat slechts in bijzondere omstandigheden van invordering kan worden afgezien. De enkele staken van de activiteiten en buiten gebruik stellen van apparatuur is onvoldoende om matiging van de dwangsom te rechtvaardigen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot invordering van de dwangsom bevestigd.