ECLI:NL:RVS:2017:3026
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag 2009 wegens onvoldoende bewijs kosten
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de kinderopvangtoeslag over 2009 voor appellante definitief vastgesteld op nihil omdat zij niet heeft aangetoond dat zij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. Appellante stelde dat zij de kosten wel had voldaan, onder meer via bankafschriften en contante betalingen, en voerde ook niet-financiële tegenprestaties aan. De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd van betaling en dat niet-financiële tegenprestaties niet als kosten kunnen worden aangemerkt.
Appellante voerde tevens aan dat de Belastingdienst/Toeslagen niet tijdig bevoegd was om het besluit te nemen, maar de Afdeling verwierp dit op grond van vaste jurisprudentie dat de bevoegdheid vijf jaar na het berekeningsjaar blijft bestaan. Verder stelde appellante dat zij door het niet toezenden van stukken en het niet horen in bezwaar in haar belangen was geschaad, maar de rechtbank en de Afdeling oordeelden dat dit niet tot nadelige gevolgen leidde omdat de stukken in een parallelle procedure wel waren toegezonden en appellante daarover gehoord was.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2009 en bevestigde het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag 2009 wordt bevestigd.