ECLI:NL:RVS:2017:3025
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over terugvordering kinderopvangtoeslag 2012 wegens onvoldoende bewijs kosten
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van [appellante] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, die het bezwaar van [appellante] tegen de terugvordering van kinderopvangtoeslag over 2012 gegrond verklaarde vanwege een hoor- en wederhoor tekortkoming, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet.
De Belastingdienst/Toeslagen had de toeslag definitief vastgesteld op nihil omdat [appellante] geen geldige overeenkomsten kon overleggen en onvoldoende kon aantonen dat zij de gestelde kosten van kinderopvang daadwerkelijk had betaald. [Appellante] stelde hogere kosten en betwistte de administratie van de gastouderbureaus, maar kon slechts een deel van de kosten aantoonbaar betalen.
De Afdeling overwoog dat de bevoegdheid van de Belastingdienst om de toeslag vast te stellen binnen de wettelijke termijn was uitgeoefend en dat het aan [appellante] is om een deugdelijke administratie te voeren en bewijs te leveren van de gemaakte en betaalde kosten. Het ontbreken van een eindafrekening en twijfel over urenlijsten en wijzigingen daarvan kan niet ten nadele van de Belastingdienst worden gebracht.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.