ECLI:NL:RVS:2017:2953
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet-betaling kosten 2012 en 2013
Appellant maakte in 2012 en 2013 gebruik van kinderopvang en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen herzag deze toeslagen en stelde ze definitief op nihil vast, waarna het teveel betaalde bedrag van €41.170 werd teruggevorderd. Appellant voerde aan dat hij de kosten had voldaan en dat hij niet wist hoeveel hij moest betalen vanwege zijn zelfstandige ondernemerschap. Hij stelde ook dat hij telefonisch was geïnformeerd dat hij zich geen zorgen hoefde te maken.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij de kosten daadwerkelijk had betaald. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij een groot deel van de kosten contant had voldaan, maar kon dit niet met voldoende bewijs onderbouwen. De Raad van State twijfelde aan de authenticiteit van de later overgelegde stukken en vond de betaling te laat om aan het betreffende jaar te worden toegerekend.
De Raad van State benadrukte dat de kosten van kinderopvang aantoonbaar betaald moeten zijn om aanspraak te maken op toeslag. Telefonische toezeggingen en onduidelijke notities bieden geen grond voor afwijking. Ook de termijn voor vaststelling van toeslag was niet overschreden. Daarom bevestigde de Raad van State de eerdere uitspraken en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.