ECLI:NL:RVS:2016:827
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit terugvordering voorschot kinderopvangtoeslag 2011
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het aan appellante toegekende voorschot kinderopvangtoeslag voor 2011 herzien en op nihil vastgesteld omdat zij niet tijdig de volledige kosten had voldaan. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij het resterende bedrag later had betaald en dat de overeenkomst met het gastouderbureau aan de eisen voldeed.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de volledige kosten had betaald en dat de overeenkomst niet aan de wettelijke vereisten voldeed. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, maar het besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een hoorzitting.
In hoger beroep betoogt appellante dat zij het resterende bedrag na het laatste herzieningsbesluit heeft betaald en dat de overeenkomst in samenhang met de overeenkomst met de gastouder moet worden beoordeeld. De Raad van State overweegt dat betalingen na 1 maart 2012 in principe te laat zijn, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Appellante heeft echter onvoldoende bewijs geleverd dat de betalingen betrekking hadden op 2011 en dat zij tijdig voldaan heeft.
Daarom bevestigt de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.