ECLI:NL:RVS:2016:3301
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering kinderopvangtoeslag ondanks persoonlijke omstandigheden
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de definitief vastgestelde kinderopvangtoeslag van appellante over de jaren 2009, 2010 en 2011 herzien en vastgesteld op nihil, waarna de teveel ontvangen toeslagen zijn teruggevorderd. Appellante betwistte dit en stelde dat zij recht heeft op een evenredig deel van de toeslag vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder een scheiding en de betaling van kosten in 2009.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante onjuiste informatie had verstrekt door gemanipuleerde bankafschriften te overleggen en dat zij niet alle kosten van kinderopvang had betaald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel.
De Afdeling overweegt dat de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) dwingendrechtelijke bepalingen bevatten die geen ruimte laten voor een belangenafweging of matiging van terugvordering indien niet alle kosten aantoonbaar zijn betaald. Persoonlijke omstandigheden van appellante kunnen daaraan niet afdoen.
De Afdeling wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de kinderopvangtoeslag bevestigd.