ECLI:NL:RVS:2017:2202
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging persoonsgegevens in basisregistratie personen
Appellant verzocht het college om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp), waarbij hij stelde dat de geregistreerde gegevens onjuist waren. Hij overlegde diverse authentieke documenten, waaronder geboorteaktes, paspoorten en een nationale identiteitskaart, om zijn identiteit te staven.
Het college en de rechtbank oordeelden dat appellant niet onomstotelijk had aangetoond dat hij dezelfde persoon was als degene die in de overgelegde documenten werd genoemd. De rechtbank verwees naar het ontbreken van duidelijke verificatie door de Algerijnse autoriteiten en het ontbreken van een verblijfsdocument op naam van de vermeende identiteit.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het bewijs niet voldoende achtte en dat het college verificatieonderzoek had moeten laten uitvoeren. De Raad van State overwoog dat de wet een strikte bewijslast legt op degene die wijziging van de brp-gegevens verzoekt en dat de overgelegde documenten onvoldoende zekerheid bieden over de identiteit.
De Raad bevestigt dat het college niet onzorgvuldig heeft gehandeld door geen aanvullend onderzoek te laten verrichten en dat het beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot wijziging van persoonsgegevens in de basisregistratie personen wordt bevestigd.