ECLI:NL:RVS:2017:1964
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens verblijfsgat en geen toepassing hardheidsclausule
De zaak betreft het hoger beroep van een verzoekster tegen de afwijzing van haar naturalisatieverzoek door de minister van Veiligheid en Justitie. De minister wees het verzoek af omdat de verzoekster een verblijfsgat had van enkele dagen, waardoor zij niet voldeed aan de vereiste van vijf jaar onafgebroken toelating volgens artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen toepassing gaf aan artikel 10 RWN Pro, de hardheidsclausule, omdat er geen zwaarwegend ambtelijk verzuim of humanitaire redenen waren. De verzoekster stelde in hoger beroep dat zij ook een beroep deed op artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat zij niet gehoord was over de toepassing daarvan.
De Raad van State oordeelde dat het verblijfsgat vaststaat en dat de verzoekster onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangevoerd om af te wijken van het beleid. De gestelde onjuiste informatie van de IND en de vermeende reisproblemen werden niet als zwaarwegend ambtelijk verzuim of humanitaire reden erkend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.