ECLI:NL:RVS:2017:115
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring omtrent gedrag voor functie begeleider wonen na drugsdelicten
Appellant, werkzaam als begeleider wonen bij De Twentse Zorgcentra, vroeg een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan om zijn functie te hervatten na detentie in Duitsland wegens drugsdelicten.
De staatssecretaris weigerde de VOG op grond van het objectieve criterium dat herhaling van de strafbare feiten een risico vormt voor de samenleving en de functie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel.
Het objectieve criterium houdt in dat, ongeacht de persoon, herhaling van soortgelijke feiten een behoorlijke uitoefening van de functie belemmert. Het subjectieve criterium, dat omstandigheden van het geval betrekt, leidt niet tot een ander oordeel omdat appellant geen specifieke verzachtende omstandigheden aanvoert.
De Afdeling oordeelt dat het risico op misbruik van de functie en betrokkenheid van cliënten bij drugsgerelateerde criminaliteit niet wordt weggenomen door het ontbreken van direct contact met drugsgebruikers of het verleden van appellant. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De VOG-aanvraag van appellant wordt afgewezen vanwege het risico dat herhaling van drugsdelicten de behoorlijke uitoefening van de functie belemmert.