ECLI:NL:RVS:2014:382
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verklaring omtrent gedrag wegens disproportionaliteit
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie weigerde op 15 juli 2011 de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan de wederpartij. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit en bepaalde dat de VOG binnen vijf dagen moest worden verstrekt. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de weigering van de VOG niet evident disproportioneel was. De staatssecretaris had onvoldoende rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de wederpartij, waaronder het feit dat de gepleegde zedendelicten al bijna zeven jaar geleden waren en dat er geen aanwijzingen waren voor misbruik van gezagspositie in zijn functie als docent.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit van 10 september 2013 en het oorspronkelijke besluit van 15 juli 2011, en bepaalde dat de staatssecretaris binnen twee weken alsnog de gevraagde VOG aan de wederpartij moet verstrekken. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit tot weigering van de VOG en beveelt de staatssecretaris binnen twee weken de VOG aan de wederpartij te verstrekken.