ECLI:NL:RVS:2017:1079
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitbreiding horecaterras wegens woon- en leefklimaat
De burgemeester van Den Haag wees op 28 mei 2015 de aanvraag van appellant af om zijn horecagelegenheid uit te breiden met een tuinterras, omdat dit het woon- en leefklimaat in de omgeving zou schaden. De burgemeester handhaafde dit besluit in bezwaar, waarbij hij stelde dat de horeca-inrichting in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar wegens het ontbreken van een hoorzitting over het gewijzigde standpunt, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het terras als binnenterrein werd aangemerkt en de overlast aannemelijk was.
In hoger beroep betwist appellant alleen het in stand laten van de rechtsgevolgen. Hij voerde aan dat het geluid van het terras inrichtingsgebonden is en valt onder het Activiteitenbesluit, waardoor de burgemeester dit niet mag meewegen. Ook stelde appellant dat het terras een buitenterrein is en dat de vaste gedragslijn van de burgemeester niet van toepassing is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het terras terecht als binnenterrein is aangemerkt, dat de burgemeester het woon- en leefklimaat mag betrekken bij zijn besluit en dat het Activiteitenbesluit niet uitsluit dat geluidsoverlast wordt meegewogen.
Verder verwierp de Afdeling het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de vergelijkbare horecazaken niet vergunningplichtig maar meldingplichtig zijn en anderszins niet vergelijkbaar. Ook wees de Afdeling het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat het bestreden besluit niet is herroepen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitbreiding van het horecaterras wordt bevestigd.