ECLI:NL:RVS:2020:2180
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning horeca-exploitatie ondanks bezwaren over woon- en leefklimaat
De burgemeester van Twenterand verleende op 23 augustus 2018 een vergunning aan een exploitant voor het runnen van een horecabedrijf op een perceel te Den Ham. De vergunninghouder exploiteert horeca in twee zalen en een terras. Appellant, eigenaar van een manege en bungalowpark aan de overzijde, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke geluidsoverlast en nadelige effecten op het woon- en leefklimaat.
De burgemeester handhaafde de vergunning in bezwaar en stelde dat het horecabedrijf past in het gemengde gebied, dat er geen structurele overlast is vastgesteld en dat de geluidnormen niet worden overschreden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat de woon- en leefsituatie niet op ontoelaatbare wijze wordt aangetast. Er is geen sprake van een stil buitengebied maar van een gemengde omgeving. Klachten over overlast waren beperkt, en de burgemeester heeft passende voorschriften verbonden aan de vergunning. Ook de stelling dat de manege-exploitatie wordt bemoeilijkt werd niet onderbouwd met objectief bewijs.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er is geen reden om de vergunning in te trekken of aanvullende voorschriften te verbinden. De belangen van appellant zijn onvoldoende om de vergunningverlening te verhinderen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van de burgemeester om de exploitatievergunning voor het horecabedrijf te handhaven en verklaart het hoger beroep ongegrond.