ECLI:NL:RBDHA:2019:1943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op kinderopvangtoeslag ondanks stopzetting voorschotten door Belastingdienst
Eiseres, voltijd student en moeder van vier kinderen, maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag over 2016 en 2017. De Belastingdienst stopzette de voorschotten in het laatste kwartaal van 2016 omdat niet alle opvangkosten betaald zouden zijn. De rechtbank stelde vast dat eiseres tot september 2016 alle facturen volledig had voldaan en dat de stopzetting van de voorschotten onduidelijk en onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst niet had gehandeld volgens de regels van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en dat eiseres niet kon worden verweten dat zij na de stopzetting niet alle facturen had betaald, mede omdat zij een betalingsregeling had getroffen en haar inkomen onder de beslagvrije voet lag.
Gelet op deze omstandigheden werd een uitzondering gemaakt op de regel dat alle kosten voor het hele jaar voldaan moeten zijn. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de Belastingdienst tot het nemen van een nieuwe beslissing en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit tot stopzetting van de kinderopvangtoeslag.