ECLI:NL:RVS:2016:3515
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid bekering vreemdeling uit Irak bij asielaanvraag
De vreemdeling, afkomstig uit Irak, had een eerdere asielvergunning die was ingetrokken. Zij verzocht om een nieuwe verblijfsvergunning op grond van haar bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging bij terugkeer.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris stelde echter hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van de bekering in twijfel trok, omdat de vreemdeling onvoldoende inzicht gaf in haar motieven en het proces van bekering. Zij kon geen overtuigende verklaringen geven over haar geloofsbeleving, kerkdiensten en bijbelkennis. Ook overgelegde ondersteunende stukken konden deze tekortkomingen niet wegnemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.