ECLI:NL:RVS:2016:3293
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid intrekking verblijfsvergunning gezinslid Turkse werknemer
De vreemdeling, gezinslid van een Turkse werknemer, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die door de staatssecretaris werd ingetrokken vanwege het verstrekken van onjuiste gegevens bij de aanvraag. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de intrekking met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was op grond van het verbod op rechtsmisbruik en de standstillbepaling in het Aanvullend Protocol. De vreemdeling stelde zich op het standpunt dat zij rechten kon ontlenen aan Besluit nr. 1/80 en dat de belangen van het gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling overwoog dat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt en dat de intrekking met terugwerkende kracht niet in strijd is met het Unierecht, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie. De belangenafweging inzake het gezinsleven werd eveneens door de staatssecretaris zorgvuldig gemaakt. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd niet-ontvankelijk verklaard.
Hierdoor werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.