ECLI:NL:RVS:2004:AR5598
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsrecht economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan
Appellant, een Portugese onderdaan geboren in 1932, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van de Vreemdelingenwet 2000, waarin hij stelde recht te hebben op verblijf als economisch actieve gemeenschapsonderdaan. De Staatssecretaris van Justitie wees deze aanvraag af en de rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond.
Appellant betoogde dat hij door zijn werkzaamheden aan boord van Nederlandse zeeschepen de status van werknemer had verkregen en dat hij op grond daarvan recht had op verblijf, ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De Raad van State overwoog dat appellant weliswaar als werknemer met voldoende aanknoping aan Nederland werd beschouwd, maar dat hij zijn verblijfsrecht had verloren door langdurige onvrijwillige werkloosheid van meer dan zes jaar vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
De Raad van State bevestigde dat het verblijfsrecht rechtstreeks voortvloeit uit het gemeenschapsrecht en niet afhankelijk is van het beschikken over een verblijfskaart. Omdat appellant ten tijde van het bestreden besluit geen verblijfsrecht meer ontleende aan het gemeenschapsrecht, viel hij niet onder de werkingssfeer van de relevante verordening. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument bevestigd.