ECLI:NL:RVS:2016:329
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit doorzending Wob-verzoeken gemeente Ridderkerk
Het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard had tien Wob-verzoeken van appellant deels ingewilligd, deels afgewezen en deels doorgezonden naar de gemeente Ridderkerk. Appellant stelde dat het college ten onrechte verzoeken had doorgezonden, omdat de stukken onder het college berusten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat op grond van de Gemeenschappelijke Regeling de uitvoering van sociale regelgeving door medewerkers van Ridderkerk werd gedaan, maar dat het college verantwoordelijk bleef en de stukken onder het college berusten. Het college mocht de verzoeken daarom niet doorzenden. Verder werd geoordeeld dat het college het mandaatgebrek in bezwaar had hersteld en dat er geen sprake was van een fictieve weigering om te besluiten.
Daarnaast verwierp de Afdeling betogen over dwangsommen wegens te late besluiten, oneigenlijk gebruik van verdaging en schending van het gelijkheidsbeginsel. Ook werd bevestigd dat het college geen dwangsom verschuldigd was omdat appellant geen tijdige ingebrekestelling had overlegd. Ten slotte werd het beroep gegrond verklaard voor zover het de doorgezonden verzoeken betrof, werd het besluit vernietigd en werd bepaald dat het college een nieuw besluit moet nemen. Het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd voor zover het Wob-verzoeken doorzond naar de gemeente Ridderkerk en het college moet een nieuw besluit nemen.