ECLI:NL:RVS:2016:312
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale omzetting woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde op 28 juli 2014 een bestuurlijke boete van €6.000 op aan appellant A en appellant B wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Dit betrof hun woning aan een locatie in Utrecht waar meerdere huishoudens woonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze boete ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad van State onderzocht of het college terecht had geconcludeerd dat er sprake was van een omzetting zonder vergunning, waarbij het feit dat er geen huurovereenkomst was met een van de bewoners niet doorslaggevend was.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht uitging van het proces-verbaal dat onder ambtseed was opgemaakt en dat de verklaringen van bewoners en inspecteurs eenduidig waren. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat de bewoners de verklaringen niet begrepen of dat er sprake was van een hospitasituatie. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het opleggen van de boete.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte.