ECLI:NL:RVS:2016:3077
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling uitgezet ondanks medische bezwaren over beschikbaarheid HIV-medicatie in Zimbabwe
De vreemdeling, met de Zimbabwaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend om te voorkomen dat haar uitzetting zou plaatsvinden vanwege haar gezondheidstoestand en de beschikbaarheid van haar HIV-medicatie in Zimbabwe. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank Den Haag het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State oordeelde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) zorgvuldig en inzichtelijk had vastgesteld dat de benodigde HIV-medicatie in Zimbabwe beschikbaar is, zowel in de publieke als private sector. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris zich moest vergewissen van de beschikbaarheid van medicatie voor een aaneengesloten periode van drie maanden bij verwijdering.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling zich beperkt tot de medisch-technische beschikbaarheid van medicatie en niet tot de feitelijke toegankelijkheid, en dat de staatssecretaris voldoende onderzoek had verricht. De bezwaren van de vreemdeling, waaronder algemene rapporten over tekortkomingen in de gezondheidszorg, waren onvoldoende om het standpunt van de staatssecretaris te weerleggen.
De Raad vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de uitzetting ondanks de medische situatie rechtmatig blijft.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitzetting kan plaatsvinden omdat de benodigde HIV-medicatie in Zimbabwe beschikbaar is.