ECLI:NL:RVS:2016:2636
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- R.J.J.M. Pans
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegaal gebruik woningen als kamerbewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen legde op 1 december 2014 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een perceel in Hoensbroek vanwege het zonder vergunning bouwen, verbouwen en het gebruik van zes woningen als kamerbewoning. De eigenaar betwistte dit handhavingsbesluit en stelde dat kamerbewoning nog steeds was toegestaan op grond van overgangsrecht uit het bestemmingsplan.
De rechtbank Limburg verklaarde het bezwaar van de eigenaar gegrond en vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Zowel de eigenaar als het college gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de wooneenheden als zelfstandige woningen worden gebruikt, omdat zij beschikken over eigen voorzieningen zoals keuken, toilet en badkamer. Hierdoor is het gebruik als kamerbewoning vóór het vigerende bestemmingsplan gewijzigd en is het overgangsrecht vervallen. Het college mocht daarom handhavend optreden tegen het gebruik als kamerbewoning.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat het college geen concrete toezeggingen had gedaan dat handhaving niet zou plaatsvinden. Het hoger beroep van de eigenaar werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Hierdoor is kamerbewoning op het perceel niet meer toegestaan en dient de eigenaar het perceel op een toegestane wijze te gebruiken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de eigenaar wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.