ECLI:NL:RVS:2024:3014
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit beëindiging bewoning kantoor op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer legde de stichting een last onder dwangsom op om het gebruik van een kantoorruimte als woning te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan 'Zwanenburg West en De Weeren'. De stichting verhuurt het pand aan een bedrijf gespecialiseerd in industriële reiniging. Bij inspectie in juni 2018 werd vastgesteld dat de kantoorruimte was ingericht met voorzieningen zoals een keuken, badkamer, toilet en slaapbanken, waardoor het geschikt was voor bewoning.
De stichting voerde aan dat de last onder dwangsom onvoldoende duidelijk was en dat er geen sprake was van een overtreding, onder andere omdat er geen slaapvoorzieningen aanwezig waren. Ook stelde zij dat het overgangsrecht van toepassing was, omdat het gebruik al bestond bij eerdere bestemmingsplannen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de stichting ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de last onder dwangsom voldoende duidelijk was geformuleerd en dat het college terecht de constateringen uit het inspectierapport als grondslag had genomen. De combinatie van aanwezige voorzieningen maakte het pand geschikt voor zelfstandige bewoning, wat in strijd was met het bestemmingsplan. Bovendien faalde het beroep op overgangsrecht omdat de stichting niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruik was toegestaan onder het eerdere bestemmingsplan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de verplichting tot beëindiging van het gebruik van het kantoor als woning blijft gehandhaafd.