ECLI:NL:RVS:2016:248
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens hennepplantage op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Maastricht heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een woning voor drie maanden nadat een hennepplantage met 130 planten was aangetroffen. De eigenaren van de woning, appellant en anderen, stelden zich op het standpunt dat de maatregel te ingrijpend was en onrechtmatig.
Zij voerden onder meer aan dat de sluiting een strafrechtelijke sanctie is en daarom onder artikel 6 EVRM Pro valt, dat de maatregel disproportioneel is en in strijd met artikel 8 EVRM Pro (woonrecht), en dat onvoldoende rekening is gehouden met hun persoonlijke omstandigheden zoals financiële situatie en gezondheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de sluiting een bestuursrechtelijke herstelsanctie betreft en geen strafrechtelijke maatregel is. De maatregel is bij wet voorzien, noodzakelijk ter voorkoming van strafbare feiten en bescherming van rechten van anderen, en de burgemeester heeft voldoende gemotiveerd waarom de sluiting noodzakelijk is. Ook is geoordeeld dat de belangen van appellant en anderen voldoende zijn meegewogen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de maatregel onevenredig maken.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de sluiting van de woning voor drie maanden bevestigd.